Veel mensen kijken er op terug al de fijnste tijd in hun bestaan: de periode waarin ze als student door het leven gingen. Waar jongeren, voornamelijk de groep tussen de 12 en 16 jaar, een hekel hebben aan school neemt de zin om te studeren bij de meeste vaak toe in de laatste jaren van de middelbare school. De stap van scholier naar student is namelijk een belangrijke in je leven: je kiest voor een bepaalde toekomst en je verlaat (in de meeste gevallen) het ouderlijk huis. Eindelijk op eigen benen, dus.
Bij de keuze van een opleidingsinstituut zijn er echter veel verschillen. Sommige opleidingen zijn zwaarder dan anderen, een gegeven waar je zeker rekening mee moet houden bij de keuze voor een bepaalde studie. Natuurlijk zijn er verschillen in niveau, zoals MBO (Middelbaar Beroeps Onderwijs), HBO (Hoger Beroeps Onderwijs) of WO (Wetenschappelijk Onderwijs, de universiteit), maar ook daarin zijn sommige opleidingen lastiger dan anderen. Rechten, bijvoorbeeld, is er een waar je veel voor moet leren, maar waarbij je maar een paar dagen per week naar school hoeft. Hoe anders is dan een technische studie als wiskunde of natuurkunde, waar je vaak ook in het weekend nog vrolijk zit te blokken om je werkstukken op tijd af te krijgen.
Zoals gezegd is de stap van scholier naar student er ook een van zelfstandigheid. Zeker opleidingen van hoger niveau worden niet in elke stad gegeven, waardoor je op kamers zult moeten gaan. Elk land heeft zo wel zijn eigen studentensteden. In Nederland is dat zeer zeker Amsterdam, maar ook in Leiden en Delft (vanwege de daar gevestigde Technische Universiteit) barst het van de studenten.
