home > onderwijs > basisonderwijs
Het kleuter- en lager onderwijs vormen samen het basisonderwijs. Alleen scholen waarin zowel het kleuteronderwijs als het lager onderwijs wordt gegeven mogen zich basisscholen noemen. Door het groeperen basisscholen tot scholengemeenschappen zijn autonome kleuter- en lagere scholen sterk in aantal afgenomen. Structureel is het kleuteronderwijs nog gescheiden van het lager onderwijs maar door het ontstaan van het basisonderwijs is er een steeds vloeiender overgang tussen beide vormen gecreëerd.
Naast het gewone basisonderwijs kent men in België ook het buitengewoon basisonderwijs dat is bedoeld voor kinderen met een handicap of een beperking. Maar ook leerlingen met ernstige leerproblemen of –stoornissen en leerlingen die langdurig ziek zijn kunnen gebruik maken van het buitengewoon basisonderwijs.
Sinds de instelling van het schoolpact kent België twee onderwijsnetten wat het basisonderwijs betreft: het officieel onderwijs en het vrije onderwijs. Bij het officieel onderwijs is het onderwijs georganiseerd door openbare machten en kunnen ouders vrij kiezen welke levensbeschouwelijke lessen hun kinderen zullen volgen. Het vrije onderwijs echter wordt door privé-initiatief georganiseerd en is te onderscheiden in niet confessioneel vrij onderwijs en confessioneel vrij onderwijs. Niet confessionele scholen (waaronder sommige methodescholen horen) kiezen voor een cultuurbeschouwing maar wel met oog voor de verschillende levensbeschouwingen. Confessionele scholen is daarentegen gebaseerd op een bepaalde godsdienst.
In Vlaanderen is het grootste (vrije) net het Katholiek onderwijs. Hier is de keuze van de levensbeschouwelijke vakken niet vrij maar het automatisch de levensbeschouwing van het net waar men voor kiest. Dit principe geldt eveneens voor de Protestantse scholen en Joodse scholen in Vlaanderen.
