De term dyslexie is afkomstig van de Griekse woorden δυς (dys) en λέξις (lexis) die respectievelijk beperkt en woord betekenen. Letterlijk vertaald dus beperkt lezen. Dyslexie wordt in de volksmond ook wel eens woordblindheid genoemd. Feitelijk is dyslexie een verzamelnaam voor een aantal aandoeningen die gepaard gaan met problemen die vooral met de geschreven taal te maken hebben. Er zijn diverse vormen van dyslexie, ook zijn er verschillende gradaties in te onderscheiden. Elke vorm of gradatie kan het gevolg zijn van verschillende achterliggende oorzaken.
De wetenschap heeft sterke aanwijzingen gevonden dat erfelijkheid iets met dyslexie te maken kan hebben. Dyslexie neigt nog al eens naar het familiegebonden zijn waarbij de familieleden van een dyslecticus vaak last hebben van andere taalproblemen. Bovendien komt dyslexie iets vaker bij jongens voor dan bij meisjes wat ook sterk wijst op een erfelijke oorzaak. De kans dat een man met dyslexie een zoon krijgt die eveneens aan deze aandoening lijdt is wellicht 50% terwijl de kans op een dyslectische dochter net iets beneden dit percentage ligt.
Voordat kan worden vastgesteld of iemand lijdt aan dyslexie dient te worden uitgesloten of de lees- of spellingsproblemen een andere oorzaak hebben. Hierbij valt te denken aan slecht lees- en schrijfonderwijs op de basisschool of een eventueel andere stoornis. Met kwalitatief goede bijlessen moet daarom worden aangetoond dat achterstanden hierdoor niet kunnen worden ingelopen en dus het onderwijs, als oorzaak, worden uitgesloten. Eventuele andere stoornissen die de lees- of spellingsproblemen veroorzaken dienen door medici te worden onderzocht en beoordeeld.
